Zoeken op eerste woord van de beginregel Z

Zoeken op eerste letter van de beginregel:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X IJ Z

Z
Zacht wiegend glijden wij voorbij het riet
Ze kijkt misprijzend naar de jongelui
Ze mijdt de spiegel, die te veel onthult,
Zegge, wonder der schepping, fier en wild als een vrouw
Zeven dagen zag ik haar voorbijgaan,
Zie, Petrus is de rots.
Ziehier mijnlaatste pennevrucht
Ziet de oogjes rood gekreten
Ziet God mij aan? Ik heb hem nooit vermoed
Zij aarzelt reeds te sterven of te zweven;
Zij dulden niet dat hij de klank herschept
Zij heeft mij weerloos in haar ban
Zij is de spiegel van zichzelf
Zij is een sexe-kannibaal
Zij is het die mij staag omarmt en voedt
Zij is van haar gemaal de laatste vondst
Zij komen omhoog uit het duister
Zij waggelt rond als een rollade
Zij zingt met half geloken oogen
Zijn koele kinderdromen
Zijn liefde richt zich tot de opperhuid
Zijn oogen zijn twee gentianen
Zilverblond en onbewust
Zo pril, zo breekbaar, stil van dromen
Zo wijd bewegen zich de grote droomen
Zo zo zomeren de zogende zeehonden
Zorg voor zijn welzijn is haar toegedacht;
Zonder vlinders gaat de hoop ten gronde
Zoo blijd’en zoel is geen der kathedralen
Zoo grijs en toch zoo onbezonnen
Zoo liefelijk en puur
Zooals de zeeanemonen
Zooals een gedicht, zoo dwingend ontbrand
Zoon van Bran, aan Iersche kusten
Zorg voor zijn welzijn is haar toegedacht
Zou een R.K. soms gelooven
Zu Ende geht der grosse Mond
Zwellend vastgebeten

Comments are closed.