Bij een stervende kleine Spanjaard

Je werd hier stil bij ons binnengedragen,
nadat jouw Barcelona was gevallen;
je kwam hier, als zovele duizendtallen,
uit een brandende hel vandaangeslagen.

Wij hebben jou nooit een woord horen klagen,
al sneed de pijn zijn groeven in je smalle
gezichtje; voor je zusje waren alle
gedachten, en je enk’le korte vragen.

Nu ligt je lijfje rustig, moegestreden,
de angst brandt niet meer in je zwarte ogen,
jou staat, Goddank, geen leven meer te wachten,

maar zoals jij, hebben duizend kleinen geleden;
verraden tot de dood, doch ongebogen
sterft zo een volk, dat slavernij verachtte.

Montpellier, voorjaar 1939

Comments are closed.