Rondeel

De winde slingert om mijn hand ,
terwijl ik luister naar het riet.
Hier in mijn armen bloeit zij niet;
wat wacht mij aan de overkant?

De boot is licht en niet bemand,
mijn oever wild en onbespied.
Wat aarzel ik dan in het riet
en wieg de winde in mijn hand?

Dan zingt het water mij zijn lied,
en boot en riet verlaat ik, want
ik wil als naakte waterplant
ontvoerd zijn naar het oergebied:
daar bloeit de winde in mijn hand,
en om mij ruist het milde riet.

31 augustus 1945
In:
Hartgespan
Zonneveld
Po√ęzie, Natuur en Milieu
CD Jos Schoonen

Comments are closed.