Zeearend

zelfportret

Scherp en blinkend uitgesneden
staat hij tegen winterluchten,
door het joelend grauw gemeden.
Eenzaam zijn de lange vluchten
die hem naar de golven stuwen
met hun óverstortend schuimen,
waar zijn veren nors verruwen.
Stormen dwingt hij naar zijn luimen.
Leeg en bijtend staan de ogen,
die naar zilte kimmen reiken.
Zwijgt de wind – hij is omvlogen,
weet in steilten hoog te wijken.

november 1949
In:
Hartgespan
De levende Natuur
Natuur en Milieu
Bibliografie

Comments are closed.