natuurlyricus

Een ijle parelgrijze ochtendnevel
verzacht het schril aspect der vunze straten.
De prille zon glanst om dit desolate:
een aureool om schilferende gevels.

Maar nimmer dringt zij door de neergelaten
vale gordijnen, in haagse wrevel
echtparen kijvend zee en wind vergaten,
geen acht slaand op der popels licht geprevel.

De stem dier bomen wordt er snel gesmoord
als het geraas, gedaver en gejank er
zich heffen tot een hemeltergend lied.

Vergeef den Hagenaar zijn zwart gekanker:
waar klank en licht vervalst wordt en vergoord,
ontvlucht het leven naar een oergebied.

Comments are closed.