Uitgeworpen

Sinds u de scherven troffen
van huilende granaten,
sedert uw stem bleef zwijgen,
ben ik door God verlaten.

Nog zwerf ik tusschen bloemen,
verloren, buiten zinnen,
zie in het geurend leven
nu slechts uw dood beginnen.

De holten in de wilgen,
het uitgevreten blad,
loof waarin gallen branden,
wolk, die de zon aanrandde,
de overstroomde landen –

al wat ik eens aanbad
schijnt nu verwoest, geschonden.
O Heer, zijn zoo Uw wonden
tot schroeiend leed gezonden
voor wie Uw leed vergat?

5 januari 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.