Haft

Zij aarzelt reeds, te sterven of te zweven;
haar dag verbleekt, de nevels zwellen aan,
en van haar levenstaak is zij ontheven:
waarom niet van haar naakt verkleumd bestaan?

Haar gouden oog ziet nog den schemer beven;
zij wil niet als een blad verloren gaan,
zwiert óp zich in een laatste vlucht te geven
en dwarrelt dan van maan tot rimpelmaan.

Haar leven glansde als een snel gedicht,
uit starre grensgebieden losgezongen
naar spanning van een zwevend evenwicht,

dat, in subtiele onwaarschijnlijkheid
aan eigen strofen steeds opnieuw ontsprongen,
zijn eigen wetten tot het eind belijdt.

29 april 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.