Laatste oordeel

Ik stond vertwijfeld in het gras.
Ik zag de bloemen ongeboren
verbitt’ren in hun vale knoppen.
Mijn hart alleen scheen nog te kloppen.
De bomen rezen toegevroren
en naakt uit het verdoemd gewas.

De stilte werd een dreigend gonzen.
De vogels schenen uitgedord
tot in hun laatste chromosomen.
Ik wilde aan dien dood ontkomen,
ik voelde, in mij uitgestort,
het ganse wrede leven bonzen.

De zon verblindde hel en koud.
De wateren slonken meer en meer.
Het ongeordend stof alleen
kolkte soms werv’lend langs mij heen
.
Ik wist van haat noch tegenweer,
ik stolde tot een cambrisch zout.

4 september 1948

Comments are closed.