Oorlogsland

Waar zijn uw uilen wijd van veer,
geluidloos in hun los gepluimte?
Waar kermt hun klagen van weleer
door ‘t zwijgen van uw doode ruimte?

Waar wringen zich uw wilgen schichtig
door zilver van uw lichte nachten?
Waar blinkt uw olmenwoud, schatplichtig
aan reigers die den ochtend wachten?

Wie wierp uw bloesem in het rond,
ontsneed uw popels hun geklater?
Wie schond u tot een wijde wond
van bloedend land en gapend water?

De wolken zwaar en kil van vocht
ontstijgen dreigend aan de kimmen.
De golven schuimen bij hun tocht
slechts op skeletten, puin en schimmen.

Waar stierf uw ruischen van weleer,
de glans van uw satijnen linden?
Gij zijt geen land, geen water meer:
waar, waar kan ik uw vrede vinden?

voorjaar 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.