Vervlogen

Wie hoort de kwartels in het koren
zoo helder en eentonig slaan?
Hij niet, die in een flitsend gaan
ontbloot de donk’re schuwe voren.

Wie, in betonwoestijn verloren,
van zielloos grauw tumult ontdaan
het wijde ruischen in kan gaan,
in geuren duiz’lend wordt herboren, –
hij treft wellicht hun doode sporen,
een uitgewischt herinneren aan
het helder en eentonig slaan
der kwartels in hun vluchtig koren.

voorjaar 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.