Veritas

VERITAS Woensdag 23 April 1947 Natuurlyriek
Victor Westhoff: Levend barnsteen -De Bezige Bij, A’dam.

Het zingen met een schorre stem is onder de thans levende dichters een tijdlang zeer modieus geweest. Weliswaar zijn de bondgenooten van de meesterlijke solisten in dit genre (Du Perron, Greshoff en Gerard den Brabander bij voorbeeld) nog ruimschoots vertegenwoordigd aan de dichterlijke stamtafel, maar bij jongere schrijvers beluistert men toch ook vaak ‘n lyrischen toon, waarop lyrische onderwerpen, die niet van gisteren of eergisteren zijn bezongen worden. Ook het lezend publiek blijkt gaarne bereid, dichters dIe hun verzen aan de natuur ontleenen, op hun voetreizen te volgen. Zelfs als deze naar Rome leiden. Het gevaar duikt thans op, – eenige opmerkingen hierover maakten wij onlangs reeds in deze rubriek – van overschatting ten opzlchte van den puurlyrischen dichter Bertus Aafjes.
Een genegenheid voor de natuur, die aan hem doet denken, maar zich toch op geheel eigen wijze uit vinden we bij den debutant Victor Westhoff: zijn argelooze toon bekoort ons meer dan eenig po√ętisch raffinement zou kunnen. Al zijn gedichten zijn natuurbeschrijvingen, vrijwel steeds zonder “bijbedoelingen”, d.w.z. zonder philosophische mijmeringen en bespiegelingen. De duinen van Terschelling beschriift hij met evenveel liefde als een Zuid-Fransch landschap, en soms voert hij ons een oogenblik geheel uit de wereld der realiteit naar een droom-natuur, zooals in het subliem: Tuinen der zee:

Topazen kwallen klappen heen,
barnsteenen vogels zweven traag
over een broze sponsenhaag
en velden, blank als elpenbeen.

In regenbogen glanzen glijdt
de zeemuis door haar stille tuinen:
behoedster van omwierde puinen,
waar zonk Atlantis’ oude strijd.

De ongedwongenheid en ongekunsteldheid, waarmee de dichter zijn gevoelens op ons weet over te dragen, doen ons verlangen naar meer publicalies van zijn hand.

Jlw.

Comments are closed.