Languedoc

October Voor Sietze

Vergelend vuur, tot zegen zult ge dooven;
beloken gloed van wit en zengend licht,
wij willen in uw milden schijn gelooven,
verzacht ons oog en schroeiend aangezicht.

De beken droogden in de leege kloven,
het krakend kruid lag dor en zonder wicht.
Er komen blauwe schaduwen geschoven;
een snelle regen, lauw, is teruggezwicht.

Nu rijpen ijlings violette druiven
en bitter geuren roosmarijnenheiden;
de roode aarde bloeit tot winter open.

De groene paden worden weer beloopen
door wie zich voor den purp’ren oogst bereiden,
herboren in hun gang en hunk’rend wuiven.

voorjaar 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.