Bloemenschemering

Nocturne

De kamperfoeliebloemen
hangen in roomguirlanden
bedwelmend zoet te branden
en pijlstaartvlinders doemen

óp uit den avondschemer,
slank in hun krachtig zwenken
dringend naar ‘t blanke wenken.
Hun bloemen smeeken “neem er

onze ivoren kleuren,
houdt in dien gloed uw intocht
en schendt den gelen hartstocht
van ons te bitter geuren.”

Doch wie bepaalt het duren
van eigen bloei en weelde?
De vlinders die er speelden
vluchten naar ijler vuren.

In elpenbeenen weemoed
wachten zij op hun welken
vragend verwijde kelken,
vereenzaamd rijpt hun gloed.

1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.