Sociaal park

Krijsende pauwen en kakkende honden
Snaaiende kraaien en kauwende monden
Vrijende paren zover als ik zie
Went’lend in ‘t gras van de menagerie.

Vadsige moeders van dreinende kinderen
Trachten elkaar zo min mogelijk te hinderen.
Vissen amechtig in troebele poelen,
Weigeren brood met hooghartige smoelen.

Triestige sprieten van hondstarwegrassen
wieg’len in loodwalm van uitlaatgassen.
Langs netels en klissen, door kleefkruid verstikt,
Worden consumpties gekeurd en belikt.

Zullen de bomen zich nog wel verbazen
Als weer een knetterfiets nader komt razen?
Keren hun blaad’ren vol walging zich af
Van barbecue-geuren, van ‘t varkensgraf?

Epiloog/Envoi
Verdelgd zijn alle sporen van natuur.
“Gebruiksgroen” noemt men zo’n caricatuur.
Zo sust men, zwijmelend over Recreatie,
Het cultureel geweten van de natie.

Darlington,
17 augustus 1985

In: Po√ęzie, Natuur en Milieu

Comments are closed.