Gele beek

Voor Herman

Barnsteen is uw vloeiend water
glijdend over gouden zand
koeler gloeiende dan later
in den tooden avondbrand.

Uit de donk’re oevernissen
wuiven groene nimfensluiers
water in hun ongewisse
armen vloeit ├íl trager, luier –

en zij reiken naar het blanke
sieraad, naar de beekranonkel,
bloeiend aan buigzame ranken,
dierbaarder dan zonnefonkel.

Varens staren in den toover
van uw wemelende glansen,
hangen roerloos in u over
waar de spiegelvarens dansen.

En waar uw verborgen krachten
ondermijnen elken boom,
staat een jonge berk te wachten
willoos, op uw gouden stroom.

1944
In:
Levend Barnsteen
Zonneveld

Comments are closed.