Anima

Is er geen einde aan dit wreed begin?
Zij schrijdt als vuur mijn koele dagen in.
Is er iets wilders dan dit wapp’rend haar,
Zo lokkend en zo onbenaderbaar?

Diana is ‘t die ik in haar bemin.
Zij lacht er om: zij is geen maangodin.
Word ik haar vlammend wezen wel gewaar?
Zij schroeit mijn ziel, zij is een doodsgevaar.

Wie eens in haar gevolg is opgenomen,
Hij is veroordeeld, langzaam om te komen.
Hij biedt verweer, hij vlucht, hij trekt ten strijd,

Hij zoekt in roes en moord vergetelheid;
Vergeefs: hij ziet haar gouden haren stromen
En hij betaalt: met geld, met bloed, met dromen.

25 mei 1945
De Groene Amsterdammer

Comments are closed.