Noli me tangere

Zooals de zeeanemonen,
de glanzend melken opalen,
in ‘t stille water hun kronen
spreiden en argeloos stralen,

na elke vreemde beroering
abrupter tezamenballen
in steeds hernieuwde vervoering
terug in zichzelven vallen –

zoo buigt mijn wezen zich open
naar warme teedere sferen,
verlangend zijn zangen te doopen
in liefdes zilveren meren.

Doch altijd vlijmender logen,
stuitender botsing weer-
terug naar zichzelve bewogen
slaat mijn ziel in bloemen neer.

6 januari 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.