Tuinen der zee

Voor Chr. P. Raven

Zij is de spiegel van zichzelf.
Onder haar golven is het licht
tot bronzen wiegeling verdicht
in koel doorzichtig groen gewelf.

Topazen kwallen klappen heen,
bamsteenen vogels, zweven traag
over een broze sponzenhaag
en velden blank als elpenbeen.

In regenbogen glanzen glijdt
de zeemuis door haar stille tuinen:
behoedster van omwierde puinen,
waar zonk Atlantis’ oude strijd.

De wormen staan als malachiet
zoo groen, of purper in hun zwier.
Zij dragen gouden kronen fier,
talloos als kleurig wuivend riet.

Zeebloemen sluiten zich, zoo vlagend
de schaduw van een wolk, een haai,
naar haringvlucht in scherpen zwaai
als naar zijn zilv’ren sneeuwstorm jagend.

Oneindig is haar koel gewelf.
Meen niet, dat zij geen sterren kent:
zij dekt een levend firmament,
zij is de spiegel van zichzelf.

11 januari 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.