Ontkomen

“Wie zingt er hel en
hooger uit morgenroode branding
zoo zonder mededoogen
tot in der golven stranding?”
“Wij zijn de zeemeerminnen,
die zilte draden spinnen,
te binden en te winnen
uw ingekeerde ziel.”

“Hoe weet uw snelle vreugde
om ingevreten smarten
te stelpen, alle deugden
verachtelijk te tarten?”
De ranke zeegazellen
die uit de diepten wellen,
zij lachen om het kwellen
van aardgebondenheid.”

“Wie blaast mij tot een vluchtig
en licht lavendel schuim?
Wie stuift mij voort zoo luchtig
omwolkend in zijn luim?”
“Waartoe dit moeizaam vragen?
Uw lichaam mag versagen,
de deining zal u dragen,
gewiegd in wijden wind.”

De zwaarten zijn vervlogen,
de angsten lang vergaan.
Gij hebt mij ingezogen
in zingend ijl bestaan,
uw schelpenschrift te lezen,
bedolven zonder vreezen
één met uw golven wezen,
van kust en lusten vrij.

voorjaar 1945
In:
Levend Barnsteen
Zonneveld

Comments are closed.