Het eiland Griend

Herrijs verstolen uit uw schijnbaar sterven,
wanneer de sternenzwermen nederstrijken.
Schud af het schuim der golven, die u kerven;
de stugge winter en de branding wijken.

Verzonken maan, wil horens weer verwerven,
al wassend in uw naaktheid, vrij van dijken,
van zand en slik een sikkel; uit de scherven
der doode zomers bloeie uw leven rijker.

Dan wordt g’ een wemelend en kleurig wonder:
de blanke sternen krijschen om hun nesten
bij honderden, de glanzend snell’ en slanke,

gewiegd op geurend grijze alsembanken;
het felle paars van lamsoor gloeit ten leste,
doch herfstzee bruist uw schijngestalt’ ten onder.

voorjaar 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.