Centaurieto-Saginetum

Uw ziel is een kleine natuurlijke tuin,
in ‘t stuivende zeezand geboren,
ontrukt aan het strand, waar het weifelend duin
nog nauw’lijks de vlakte komt storen.

De cirk’lende helmen beschermen haar mui,
zij ligt daarin droomend besloten;
het zweepende zand in de stormende bui
striemt niet haar ontluikende loten.

Wit bloeien de bronsgroene sterren, te fijn
om het vochtige zand te verbergen.
Als perzikenrood wil een blozen zijn
van wonderlijk rankere dwergen:

Centaurium, duizendvoud guldener kruid,
met rozige bloemstengels wenkend.
De wind die hen wiegt is een zuiver geluid,
terloops naar hun teederheid zwenkend.

Toch breken al ‘t schuchtere spinraggen kleed,
het maagdelijk zand overgeven,
grof-sappige planten, een bloedroode kreet
van komend hartstochtelijk leven.

Het donkere dreunen, er nauw meer gehoord,
zwelt aan in de scheem’rende dagen:
de winteren zee dringt er toomeloos voort,
vaagt leeg waar uw tuinen eens lagen.

Doch effener meizand, te blank en te blind,
laat honderden kiemen ontgrocien,
en sneller ontspint zich het leven, in tint
van glanzende schelpen verbloeiend.

In bont’orchidee├źn en wuivender bies
ontvouwt zich hartstocht’lijker streven;
dan rijpt er uw ziel en vergeet haar verlies:
der zee kan zij niet meer zich geven.

7 januari 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.