PETITE BALLADE TRISTE

Ik heb haar rusteloos bemind
en van haar kussen wreed gedroomd –
zij wist het niet en bleef beschroomd
en stil en stug – een kind.

Wij gingen soms het eiland rond –
dan, glanzend in het morgenlicht,
heeft duin na duindal mij bericht
dat het om háár bestond.

De wind die in het helmgras speelt,
zee, als haar oogen wijd en grijs,
ja al wat ik haar schuchter wijs
is spiegel van haar beeld.

Weet zij waarom ik haar de zacht-
satijnen witte bloem zóó schoon,
zóó slank de gouden bloembies toon?
Kwam dit te onverwacht?

0 leven, dat zijn glans ontleent
aan eene wie haar glans verwart,
geef háár den rijkdom van mijn hart
totdat mijn hart versteent!

15 november 1945
In: Levend Barnsteen

Comments are closed.