Vittel, station thermale

Ze kijkt misprijzend naar de jongelui
die zich hier amuseren met elkaar.
Gedoken als een vogel in de rui
nipt z’aan haar heildronk met een loom gebaar.

Ze gaf niet veel, maar toch nog wel de brui
aan heel haar wauwelende vriendenschaar.
Nu schuifelt ze langs galerij en pui,
groet minzaam oude heertjes hier en daar.

Men weet zich hier verbonden door de Bron
die allen laaft – vooral het kapitaal –
met smakeloos, doch heilzaam mineraal.

Men rekt zijn leven in een plekje zon,
en somtijds leest men spijtig in de krant:
“Gestorven met het glaasje in de hand”.

10 juli 1985
Lib. Am voor H. Passchier, 1994; Ballustrada, 1995; Lava, 1998.

Comments are closed.