Thaienne

Ik droom van zwarte schachten zonder end.
Ik onderscheid de dagen niet van nachten.
Geen mens, geen dier, geen vogel die mij kent.
Zelfs weet ik niet meer hoe mijn moeder lachte.

In doodsangst wacht ik op de gore vent
die mij rauw, geil en gretig gaat verkrachten.
Hij krijgt mij niet, hij krijgt niet wat hij schendt.
Ik kan niet haten, kan alleen verachten.

Waar is het groen, en waar het zinderend blauw,
en zijn gelaat – ik weet zijn naam niet meer –
eens als een bloem voor mij alleen ontplooid?

Waarom ben ik ontvoerd, onteerd, gekooid?
Ben ik een beest? Ben ik geen jonge vrouw?
Geef mij mijn leven en mijn hemel weer!

5-7-1985

Comments are closed.