Boschplaat

voor Wim

Hier vangt dan eilands einde aan
en tegelijk is er begin:
een onafzienbaar wijde baan
van blinkend zand en waddentin.

Eén einder scherp, lichtende streep,
zanddijk, richtlijn voor elken dool;
daarachter, in ‘t wijd strand haar greep,
ontsluit de zee zich tot de pool.

Maar overigens geen kim; als duchtend
ontwijkt de vlakte, zich ontgroeid,
totdat haar weerglans in de luchten
met slik en slenk tezamenvloeit.

Bij eb ontwaakt een schuchter leven:
biestarwe worst’lend met het zand,
en strakke zeekraal, sluiers wevend
lichtgroen, ver, aan den waddenkant.

Soms schrale velden halophyten,
wegdeinend onder eeuw’gen wind;
driftig zich reppend bontepieten,
vertrouwden van ‘t atlantisch kind.

Doch tweemaal daags de vloed, stil, blinkend,
snel toeglijdend van mijlen her,
bannend den mensch; de zanden, drinkend,
verzilten tot een bitterder

gebied, waar leven lijkt geweerd
in rusteloozen meeuwenkreet.
Tot waar der tijden loop zich keert
reikt water, dat zich eeuwig weet.

1944
In:
Levend Barnsteen
Het land der Letteren
Van Dis & Hermans

Comments are closed.