Noordzee V

In de vloed van holle schelpen
die het drijfzand overstelpen
stolden schuim en dageraad.
Aan de losgeslagen wieren,
die hun laatste bruiloft vieren
nu de zilte droom vergaat,
klampen zich versufte dieren,
storten als geslachte stieren
wezenloos hun laatste zaad.

In de geur van scherpe weerzin
hangt de bronst nog van een meermin;
krabben tasten gretig rond,
en zij kerven de poliepen
heel en schroeiend in hun diepe
toegesnoerde moede mond.

Neen – er stijgt geen enkel teken
dat de branding aan komt breken
en haar aas weer tot zich trekt.
Rotting sijpelt door de kreken,
waar het leven is geweken,
waar het sterven wordt gerekt.

21 december 1948
In: Hartgespan

Comments are closed.