Najaar

De tinten van mijn duinen zijn verstorven
en tot een ander leven ingekeerd.
Het licht heeft honderdvoudig omgezworven
en al zijn gloed en straling opgeteerd.
Als een gewonde vogel neergezonken
is het door late bloemen ingedronken.

De klanken van mijn duinen zijn herboren
in ‘t vagevuur van een verbeten storm.
De krekel zweeg, de koekoek ging verloren,
doch zee en meeuwen vonden ruwer vorm.
Al norser vlagen woeden door de bomen.
De wind rukt huilend aan mijn smalle dromen.

De geuren van mijn eiland zijn vervlogen,
Doodstil aroom van witte orchideeën
werd uitgeroeid – het duin heeft ingezogen
de bitt’re wiergeur van de brandingzeeën.
Wie nu alleen is kan geen rust meer vinden
en knakt, gelijk de laatste zomer winden.

1949
In:
Zonneveld

Comments are closed.